Leg een thuisnetwerk aan 2014-09-08T20:28:51

Spotify streaming top tien 2012

Uw films en muziek op smartphone of tablet

Leg een thuisnetwerk aan

Leg een thuisnetwerk aan

Vroeger was het leven simpel: pc op het bureau, modem ernaast, en surfen maar. Tegenwoordig is er een serieus netwerk nodig om alle mogelijke apparaten thuis met internet te verbinden.

Vroeger was het leven simpel: pc op het bureau, modem ernaast, en surfen maar. Tegenwoordig is er een serieus netwerk nodig om alle mogelijke apparaten thuis met internet te verbinden. Maar hoe pakt u dat het best aan?

Om uw huis uit te rusten met een netwerk, hebt u keus uit drie technologieën: bekabeld, draadloos of homeplug. De eerste twee kent iedereen, de laatste is iets minder bekend. Het idee achter homeplugs (ook wel powerlines genoemd) is echter even simpel als geniaal. In plaats van nieuwe netwerkkabels te trekken, gebruikt u gewoon het lichtnet om internet naar een pc te brengen.

U hebt daarvoor minstens twee homeplugs nodig: eentje steekt u in de buurt van de router in het stopcontact en verbindt u via een netwerkkabel met uw router. Het tweede kastje installeert u bij de pc en deze is verbonden met die computer. Configureren is niet nodig: het systeem werkt meteen uit de doos. Eventueel kunt u de verbinding nog beveiligen, wat meestal betekent dat u op beide homeplug-kastjes een knop moet indrukken.

Geen probleem overigens wanneer u een extra computer aan het netwerk wil hangen. Gewoon een kastje extra aanschaffen, inpluggen en u hebt toegang tot het internet. In theorie kunt u een netwerk maken met 250 homeplugs, maar in de praktijk zal een tiental ongeveer de limiet zijn om prettig te kunnen blijven werken.

Voorheen was een grote tekortkoming van homeplugs dat een kastje ook direct betekende dat u een stopcontact kwijt was. Maar dat probleem is opgelost doordat verschillende homeplugs de stroom doorvoeren naar een ingebouwd stopcontact, zoals de Netgear Powerline AV+ 500 (afbeelding hiernaast) of Belkin Powerline Adapter Surf AV+.

Met de beveiliging van de homeplug-producten zit het wel goed. Filters in de verdeelkast zorgen ervoor dat het signaal niet verder reikt dan uw eigen elektriciteitsnet. In flatgebouwen kan dat wel eens anders uitpakken, maar dan kunt u altijd terugvallen op de ingebouwde beveiliging van de homeplug-adapters: die zorgt ervoor dat alle communicatie wordt afgeschermd met een stevige AES 128 bits encryptie.

 

Doorschakelen

Ook al hebt u strikt genomen een netwerk zodra u twee computers met elkaar verbindt, een ‘echt’ (thuis)netwerk heeft toch wat meer voeten in de aarde. Wie geen verbinding met bijvoorbeeld internet nodig heeft, heeft eigenlijk voldoende aan een eenvoudige switch om zijn pc’s met elkaar te verbinden en zo een thuisnetwerk op te bouwen. Zo’n switch is een intelligent schakelkastje met een aantal lan-poortjes. Het is intelligent, omdat het toestel onthoudt welke pc met welk poortje verbonden is. Iets specifieker: het weet welk mac-adres van de netwerkadapter van die pc met welke poort verbonden is. Krijgt de switch even later datapakketjes voor datzelfde mac-adres binnen, dan klopt die niet domweg bij alle poortjes aan zoals een hub dat vroeger wel deed, maar stuurt hij de data meteen door naar de juiste poort.

Zodra internet een factor wordt, is een switch alleen niet genoeg. Naast een adsl- of kabelmodem voor de verbinding naar uw provider hebt u ook een router nodig. Die hebben trouwens ook altijd een ingebouwde switch, vaak met een viertal lan-poorten. Zoals de naam het al zegt, is de basisfunctie van zo’n toestel het ‘routeren’ van gegevens: ze sturen datapakketjes van het ene netwerk naar het andere. De kans is trouwens groot dat uw data verschillende routers passeren voordat ze hun eindbestemming bereiken. Naast het doorsturen van gegevens zorgt een router dankzij een ingebouwde firewall ook voor extra veiligheid. Veel modellen voorzien bovendien in toegangscontrole, zodat u bijvoorbeeld kunt voorkomen dat een pc op bepaalde tijdstippen en al dan niet met specifieke toepassingen het internet op kan.

 

Alles-in-een

De meeste routers voorzien standaard al in een draadloze verbinding. Wanneer dat bij u niet het geval is, dan een draadloos toegangspunt (access point) een oplossing kunnen zijn. Het wordt echter steeds lastiger zulke apparaten te vinden, want de meeste doen namelijk ook dienst als router. Wilt u absoluut uw oude router in het netwerk behouden, let er dan even op hoe u die tweede router aansluit; u wilt natuurlijk niet uw netwerk ongewild opsplitsen. Zo moet u erop letten dat er slechts op één router een dhcp-service actief is. Zo’n service kent automatisch ip-adressen toe aan uw netwerkapparaten. Er bestaan verschillende specificaties voor draadloze netwerktechnologie, waarvan 802.11n momenteel als de standaard geldt. In het ideale geval werken alle draadloze apparaten in uw netwerk met deze standaard, inclusief de netwerkadapters in u pc’s. Die biedt namelijk doorgaans een hogere snelheid en een groter bereik dan voorlopers 802.11g of 802.11b.

 

 

Wifi-netwerk

 

Ongeveer de gemakkelijkste oplossing om internet in huis te verdelen, is via wifi. Nu zijn de toestellen die willekeurig welke provider uitdeelt bij een abonnement zo slecht nog niet, maar het kan toch dat hun prestaties niet optimaal zijn. Overweeg dan een high-end dual-band router met een groot bereik en een degelijke snelheid, zoals de Linksys E4200 (afbeelding hiernaast) of Netgear WNDR3700.

Qua plaatsing is het lastig om algemene regels op te stellen. Afstand heeft alleszins een grote impact op de snelheid. Zet uw draadloze router dus niet diep in de kelder of ver weg in de garage als de meeste gebruikers op de zolderverdieping zitten. Uiteraard wilt u een lelijke router geen prominente plek in de woonkamer geven – al zijn er ondertussen wel mooiere designtoestellen zonder zichtbare antennes op de markt. Wees slim en probeer te combineren. Als u dan toch een netwerkkabel naar uw tv-meubel moet leggen, overweeg dan om ook de router hierin weg te werken.

Over de veiligheid van draadloze netwerken doen de wildste verhalen de ronde. Ons advies is duidelijk: activeer wpa2 (met aes) en voorzie in een ijzersterk wachtwoord. Het is overigens geen goed idee de routernaam (ssid) op uw toegangspunt uit te schakelen. Uw netwerk blijft ook zonder nog altijd zichtbaar, bijvoorbeeld in antwoorden op verbindingsverzoeken. Sommige clients sturen zulke verzoeken zelfs door als het wlan niet langer in bereik is. Hackers zullen dan ook weinig moeite hebben om een eigen toegangspunt met uw ssid op te zetten.

 

Nieuwbouwhuis of renovatie?

Hebt u verhuisplannen naar een nieuwbouwwoning, houdt in uw plannen dan ook direct rekening met de aanleg van een netwerk; bij voorkeur met een internetverbinding naar alle kamers. Dat lijkt misschien overdreven, maar een netwerk moet u niet uittekenen met de huidige noden in het achterhoofd. Vandaag hebt u misschien maar één laptop en een smartphone die online moeten, maar wie weet wat er binnen tien of twintig jaar allemaal het internet op moet?

In de kelder of technisch ruimte gebruikt u de router van de provider of een basistoestel zoals een Sitecom Wired Router DC-210 (afbeelding hiernaast). Bent u een beetje handig, dan kunt u zelf de bekabeling leggen. Als u van plan bent om de ethernetkabels in dezelfde leidingen als stroomdraden te leggen, wordt wel aangeraden om afschermde netwerkbekabeling te gebruiken. Standaardkabels dragen het etiket CAT5 (eventueel met een ‘e’ erbij), de beter afgeschermde zijn CAT6.

Nadeel aan CAT6 is dat u iets meer werk hebt bij het aanbrengen van een netwerkplug. Dat is sowieso het grootste struikelblok voor beginners: vier paar draden in de juiste gaatjes van de plug steken en dan dichtpersen met speciaal gereedschap. Een esthetische oplossing is sowieso om de netwerkkabel die in de muren loopt te laten eindigen in een mooie inbouwdoos. Dergelijke dozen met bijhorende afdekplaten hebben wel de neiging een flinke hap uit uw budget te nemen – goed om weten als u overweegt om ze in elke kamer te plaatsen.

Ethernet is een punt-tot-puntoplossing. In theorie zou u dus voor twee pc’s twee ethernetkabels vanuit de router moeten laten komen. Gelukkig is dat niet nodig wanneer u op het eindpunt een switch installeert (afbeelding hiernaast). Zo’n toestel is niet zo heel duur (10 tot 20 euro) en u kunt er tot vier pc’s op aansluiten. Niets weerhoudt u echter om meer switches te gebruiken: u kunt bijvoorbeeld perfect met één kabel naar de tweede verdieping gaan, dan via een switch netwerkkabels leggen naar elke kamer op die verdieping, en dan in een van de kamers een tweede switch gebruiken om meerdere computers aan te sluiten.

Bij een renovatie heb u minder opties dan bij nieuwbouw, tenzij het om een totaalrenovatie gaat waarbij er ook slijpwerk in de muren aan te pas komt. Wanneer u toch de kans krijgt om een bekabeld netwerk aan te leggen, bijvoorbeeld omdat u nieuwe plinten gaat aanbrengen of een nieuwe vloer legt, is dit zeker het overwegen waard. De grootste uitdaging is meestal om de kabels uit het zicht naar de volgende verdieping te leggen en daarom bieden homeplugs in dit geval vaak de fraaiste oplossing (afbeelding hiernaast). Wanneer u tot aanschaf overgaat, kies dan voor ‘groene’ exemplaren. Oudere modellen verbruiken namelijk vrijwel evenveel stroom in ruststand als wanneer ze gebruikt worden en dat is natuurlijk onnodige verspilling.

 

Snelheid

Een waarheid als een koe, zowel voor wifi-routers als homeplugs: ze halen nooit de snelheid die op de doos beloofd wordt. Eigenlijk is het net zoals het brandstofverbruik in de autoreclames. Die worden ook enkel behaald onder ideale omstandigheden, met een bijna lege tank, wind in de rug en een wagen waar alle overbodigheden uit zijn gestript.

Bij homeplugs heeft vooral de kwaliteit van het lichtnet een grote impact, evenals de aanwezigheid van stoorzenders. Idealiter zitten dergelijke grote stroomverbruikers op een andere stop dan de stopcontacten waarop u homeplugs gebruikt.

De aangeduide snelheid van een homeplug – bijvoorbeeld 200 Mbps – is meer de theoretische snelheid voor ruwe datatransfer. Maar alle netwerktechnologie die erbij komt om te zorgen dat u dat ene filmbestand van de ene pc naar de andere kan kopiëren, betekent veel bijkomende datapakketten op het netwerk wat automatisc een tragere dataoverdracht betekent.

Bij wifi-routers spelen heel veel factoren. De dikte van de muren, geleiders of metalen elementen, andere draadloze netwerken, bepaalde elektrische apparaten zoals microgolfovens, zelfs de aanwezigheid van mensen in de ruimte … het is maar een kleine greep uit de verzameling van wifi-vertragers.

Is het een ramp als uw wifi iets minder snel gaat? Veel hangt af van wat u van plan bent. Wilt u enkel een beetje surfen, dan is uw totale snelheid sowieso beperkt tot het maximum van u internetverbinding. Anders gezegd: als u een 3 Mbps-lijn hebt bij u internetprovider, maakt het eigenlijk niet uit of uw wifi-netwerk 300 Mbps biedt.

Dat is natuurlijk wel anders als u bijvoorbeeld hf-videobestanden over het netwerk wil streamen. U kan dan wel zeggen dat 300 Mbps écht nodig is, toch klopt dat niet helemaal. Het is zo dat die snelheidsaanduiding op de doos meer betekent dan enkel ‘deze router gaat snel’. Er zijn namelijk verschillende edities van de wifi-standaard en ook meerdere technologieën die fabrikanten inbouwen in hun toestellen, zoals bijvoorbeeld routers die meerdere antennes in parallel gebruiken. Het resultaat is niet alleen een hogere snelheid, maar ook een groter bereik en stabielere verbindingen.

 

Toekomstmuziek

Nu 3G aan een opmars bezig is, kan het interessant lijken om uw vaste internetverbinding op te zeggen en ook thuis volledig over te schakelen op een mobiele internetprovider. Of is het daar nog te vroeg voor? Het lijkt onvermijdelijk dat mobiel internet de klassieke internetaansluiting steeds meer naar de achtergrond zal duwen. De snelheden klimmen steeds hoger en de beschikbaarheid van 3G wordt elke maand beter. De theoretische snelheden van HSPA+ – tot 14,4 Mbit/s – die in Nederland gehaald worden, zijn bovendien ruim voldoende om vlot te surfen. Toch zijn er nog een aantal dingen waar u rekening mee moet houden.

Als u thuis niet al te veel downloadt en uw internetverbruik onder de 2 GB per maand blijft, kan het inderdaad interessant zijn om uw vaste internetprovider de deur te wijzen en exclusief voor mobiel internet te kiezen. De maandelijkse kosten zijn in veel van de abonnementsformules een stuk goedkoper. U hoeft daarnaast geen rekening te houden met installatie- of aansluitkosten, omdat alles via een simkaart verloopt. Controleer wel eerst of u een snelle 3G-verbinding hebt thuis. Gelukkig kan een 3G-router overal in het huis geplaatst worden, omdat er geen vaste kabelaansluiting is.

3G door het hele huis delen kan met een klassieke router, al is er wel één belangrijke voorwaarde: de router moet de 3G-modem ondersteunen. Daar wil het op dit moment nog wel eens fout lopen. Er is voorlopig nog maar een beperkt aanbod in dit productsegment. Huawei is een van de meest prominente voortrekkers (afbeelding hiernaast), met draadloze routers die snelheden tot 28,8 Mbit/s (HSPA+) ondersteunen. Ideaal met het oog op de toekomst, want providers zullen hun snelheden ongetwijfeld nog wat hoger leggen in de volgende jaren.

Tekst: Clickx.

Dit artikel komt uit Computer Idee nummer 16, jaargang 2012.


Off-topic reacties worden verwijderd. Linken naar illegale bronnen is niet toegestaan. Opmerkingen over eventuele spelfouten, andere opmerkingen en vragen betreffende de website kunt u mailen naar de webmaster.

blog comments powered by Disqus


Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord